Ieder jaar bij de begrotingsbehandeling presenteren de politieke partijen in het waterschap hun ideeën over de komende tijd en wat hen bezig houdt. Dit jaar werden de politieke beschouwingen, zoals de meeste andere bijeenkomsten van dit jaar, online georganiseerd. Wij als PvdA hebben in de algemene beschouwingen van 2020 aandacht gevraagd voor klimaatcrisis, en in het bijzonder voor duurzame landbouw en het mooie initiatief Boeren op Hoog Water van het Veenweide Innovatiecentrum (VIC). 

Alleen gesproken woord telt

Voorzitter,

Het is natuurlijk hèt cliché van algemene beschouwingen, dat ze steevast beginnen met de constatering dat er het afgelopen jaar weer veel is gebeurd. Maar laten we eerlijk zijn, niet elk jaar gebeurt er een hoop. Er zijn van die jaren die voorbij kabbelen en hun plek in de geschiedenis terugvinden in een voetnoot.

2020 is niet zo’n jaar.

Niet voor het waterschap, niet voor Nederland en ook mondiaal niet. Als een triple helix vervlechten een gezondheidscrisis, een economische crisis en een klimaatcrisis zich dit jaar. En dit keer treft de crisis iedereen. De bedreiging van onze gezondheidszorg maakt dat we allemaal ons moeten aanpassen. Nu we weer in een gedeeltelijke lockdown zijn, realiseren we ons allemaal hoe kwetsbaar het leven en onze samenleving is. De lockdown zal hopelijk niet lang duren, maar andere zaken zullen waarschijnlijk lange termijn effecten hebben. Social distancing bijvoorbeeld, iets wat wij bij de PvdA overigens liever fysical distancing noemen. Immers, fysical distancing vraagt van ons dat we juist weer op een andere manier sociale nabijheid zoeken. De waterschappen en hun zuiveringen kwamen in beeld als de plek om de voortgang van de Corona pandemie te bestuderen.

Laten we hopen dat we bij de volgende algemene beschouwingen terug kunnen kijken op deze episode als een tijd waarin de gezamenlijke inspanningen hebben geleid tot een relatief laag aantal sterftegevallen, een periode waarin de gezondheidszorg redelijk overeind bleef en waar de collectieve inspanningen in recordtijd tot werkende en breed ingezette vaccins hebben geleid. Maar bovenal als een episode waarin we ondanks de pandemie onze onderlinge samenhang als samenleving redelijk overeind hebben gehouden en met inventieve inzet van alle ICT middelen ons werk naar behoren hebben vervuld.

Voorzitter,

Niet voor niets noemde ik de klimaatcrisis zojuist in één adem met de gezondheidscrisis  en de economische crisis. Het zou natuurlijk begrijpelijk zijn als we de klimaatcrisis  door de pandemie en de stagnerende economie uit het oog zouden verliezen, first things first, maar gelukkig is dat niet gebeurd. De klimaatcrisis dendert immers voort, en het is aan ons om dit te keren. Mondiale, nationale en regionale actie is nodig. De waarschuwing, die gegeven werd  door de expositie in het Scheepvaartmuseum van Kadir van Lohuizen, is de PvdA fractie niet vergeten.

Zo’n expositie roept de vraag op wat onze taak als waterschap is om de bedreiging van ons klimaat te verminderen. Wat kunnen wij doen? De standaard reactie is, dat het waterschap moet vergroenen, energieverbruik verminderen, de energie die hij gebruikt zoveel mogelijk betrekken van groene bronnen en zelf groene energie opwekken op eigen erf: zodat het waterschap op termijn netto producent van groene energie wordt. Dit jaar heeft ons waterschap daarin stappen gezet met de start van bouw van de groengas centrale en de samenwerking die wij zoeken met HVC om ons slib te verwerken, waarbij energiewinning vanuit ons verwerkt slib een reële mogelijkheid is.

De PvdA vat onze bijdrage aan de vermindering van het klimaatprobleem breder op dan dat. Het waterschap beïnvloedt met zijn eigen besluiten, bijvoorbeeld de peilbesluiten, ook het klimaatprobleem. Immers, peilbesluiten hebben invloed op de processen in de bodem die leiden tot de productie van broeikasgassen: de gassen die de primaire veroorzaker zijn van de wereldklimaatcrisis. Onze bodem kan CO2, CH4 en N2O produceren, alle drie broeikasgassen (in toenemende sterkte). Hoeveel van deze gassen wordt geproduceerd hangt niet alleen af van de grondsoort, maar het hangt ook af van de grondwaterstand. En de grondwaterstand wordt weer beïnvloed door het slootpeil – dus ons peilbesluit.

De PvdA streeft een waterschap na dat zo weinig mogelijk bijdraagt aan het wereldwijde klimaatprobleem. Dat betekent dat we peilbesluiten zouden moeten nemen die zo weinig mogelijk leiden tot de uitstoot van broeikasgassen. Maar: welke peilbesluit is dat dan? En; belangrijk; wat betekent dat voor de polders en voor de melkveehouderij? Voordat we daar een begin van een antwoord op geven eerst iets over de melkveehouderij.

Er komt nogal wat af op de melkveehouderij de laatste twee jaar. – misschien de understatement van de avond – . We praten over de droogte en de zoetwatertekorten, we hebben de alarmerendere berichten over de sterke afname van de biodiversiteit, we krijgen de waterkwaliteit door nutriënten overschot maar niet op de KRW normen, we willen de bodemdaling afremmen, en we hebben een groot stikstof probleem. Geen van deze zaken zijn compleet nieuw, maar alles lijkt in een grote stevigheid nu tegelijk op tafel te komen en op de landbouwsector af te komen.

Dat leidt tot existentiële vragen. Wat is de toekomst van de melkveehouderij?

Laat ik duidelijkheid scheppen vanuit PvdA perspectief. Wij zijn geen tegenstander van de melkveehouderij. Wij hechten aan een gezonde sector die zoals de generaties hiervoor het gebied van het Groene Hart vormgeeft. Wij zijn trots op de innovatieve, moderne sector die wereldwijd toonaangevend is. Wij voelen ons schatplichtig aan de erfenis van Sicco Mansholt, die enerzijds de Europese landbouw vormde tot een sector die het continent kon voeden, maar die ook de aanzet gaf tot de grootschaligheid en industrialisatie waarvan we nu de schaduwkanten ervaren. Wie dat nog een keer goed tot zich wil laten doordringen leze de ingezonden brief van een boerenzoon uit Grollo, uit de Volkskrant, bijgevoegd bij deze algemene beschouwingen.

Voorzitter,

Dit kan en dit moet anders. De PvdA zoekt een nieuwe revolutie in de landbouw, die de melkveehouderij een gezonde toekomst geeft op de lange termijn. Dit vraagt om innovatie en die zochten wij ook op, in ons Veenweide Innovatie Centrum. Daar zagen wij dit.

Er is een melkveehouderij mogelijk die de zoetwatervoorraad meer in stand houdt, die bijdraagt aan de biodiversiteit in plaats van die onder druk te zetten, die de het mogelijk maakt de KRW normen voor waterkwaliteit te halen en die niet in die mate bijdraagt aan de stikstofdepositie of de bodemdaling zoals dat nu wel gebeurt. Die, en daar gaat het ons in dit verband zeker ook om, de uitstoot van broeikasgassen in het veengebied op een minimaal niveau houdt. En die commercieel en bedrijfseconomisch gezond is. Dat vraagt aanpassing in de hele keten, van producent tot consument en alles wat daar tussen zit. Het vraagt ook aanpassingen in het veld. Melkvee houden wordt echt anders.

Een kansrijke aanpak is het boeren op hoog water. Door een hoog slootpeil is er in het veld een grondwaterpeil met een drooglegging van ongeveer 20 cm. 20 cm is een niveau waarvan de modellen laten zien dat er de minste broeikasgassen worden geproduceerd. Het is ook een peil waarbij de bodemdaling veel geringer is dan bij meer drooglegging. In een grootschalig onderzoek wordt nu gekeken of bij een drooglegging van 20 cm een economisch gezond boerenbedrijf kan worden gevoerd. Tevens wordt gecheckt of inderdaad de broeikasgas uitstoot minimaal is, en of bijkomende doelen zoals biodiversiteitsherstel en vasthouden van zoetwater bij deze peilen ook worden bevorderd.

De PvdA vindt het onderzoek naar boeren op hoog water van eminent belang voor de toekomst van de landbouw in de veenweidegebieden. Ons waterschap draagt bij aan dit onderzoek, maar dat zouden er meer moeten doen. Op dit moment ontbreekt het nog aan voldoende middelen. Het is cruciaal dat dit onderzoek op grote schaal en langdurig wordt gedaan. Wij roepen het waterschapsbestuur en alle aanwezigen op, om ons daar samen voor in te zetten. We vragen het DB dringend om dit project zo goed mogelijk te steunen en daar een zo breed mogelijke coalitie achter te krijgen.

Voorzitter,

Waterschappen zijn er voor de lange termijn. Wij kijken rustig 50 jaar vooruit, of het nu gaat om de normstelling voor de sterkte en hoogte van de dijken, of over de waterkwaliteit of de zoetwatervoorraad. Laten we dat dus ook doen voor de toekomst van de veenweidegebieden en de cruciale rol die wij daarin spelen als waterschap.

Voorzitter,

2021 wordt een jaar van herstel. Herstel van een economische crisis. Wij kunnen als waterschap een rol spelen door opdrachten te geven die de waterbouwsector aan het werk houdt. Het wordt het jaar waarin we als waterschap het pad inslaan van biodiversiteitsherstel. Het wordt het jaar waarin we met ons boezemplan en met bijbehorende projecten het pad opgaan van herstel en behoud van de zoetwatervoorraad. Het jaar waarin we inzetten op diversiteit en inclusie en waarin we het zwemmen in open water regelen. We hopen dat het ministerie de weeffout in ons belastingstelsel herstelt. Laat het dan ook het jaar zijn waarin de relatie met de landbouw wordt hersteld, door niet meer alleen uit te leggen wat fout gaat en niet meer kan, maar door ook het pad op te gaan van de nieuwe mogelijkheden die een duurzame landbouw kunnen realiseren.