Nederlanders hebben een bijzonder relatie met water. Dat we water ook door de eeuwen heen hebben ingezet als middel om vijanden tegen te houden, weet niet iedereen. Een ingenieus waterkundig systeem waarbij stukken land onder water konden worden gezet (geïnundeerd), stond hierin centraal. Doel was om het westen van Nederland te verdedigen door de vijand vanuit forten en vestingsteden te stoppen.

Dit defensieve concept is in 1672, toen de Nederlandse republiek vanuit alle kanten werd aangevallen, voor de eerste keer ingezet. De waterlinie die toen het westen van Nederland moest beschermen was de Oude Hollandse Waterlinie. Maar de strijd duurde te lang. Want toen het winter werd, konden de Franse troepen de linie eenvoudig over het ijs passeren.

Fort Honswijk Tull in ’t Waal

Toch bleef de defensieve kracht van het water een rol spelen in de ontwikkeling van krijgstechnieken. Vanaf 1815 tot 1963 zijn verbeteringen doorgevoerd aan de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Veel overblijfsels zijn in het landschap nog zichtbaar.

Het noordelijke deel van de linie, de Stelling van Amsterdam, is al aangewezen als Unesco Wereld erfgoed. En op dit moment ligt er een verzoek om ook de Nieuwe Hollandse Waterlinie hiervoor in aanmerking te laten komen.

Een deel van de Linie ligt in het gebied van het waterschap Amstel, Gooi en Vecht. Wij vinden het belangrijk om de historische waterwerken te bewaren, inclusief het verhaal van de Linie. Hoe het besluit ook zal uitvallen. Het strategische landschap, de militaire versterkingen (forten en bunkers) en de waterstaatkundige werken (sluizen en kanalen) zijn uniek in de wereld.

Om het verhaal van de Waterlinie te vertellen zijn er diverse fiets- en wandelpaden en kano-routes langs de linie. 

Bea de Buisonjé